vrijdag 4 maart 2016

HOW FOOD MADE HISTORY (II)



'Are you suggesting coconuts migrate?'
Ja! Want wat blijkt? De kokosnoot heeft zich op eigen houtje verspreid over de aardbol. Dankzij de lange vruchtbaarheid van de noot kon de kokosnoot zich 'koloniaal' gedragen en zich eigenhandig geografisch verspreiden. Dit gebeurde bijvoorbeeld doordat de noot over zee dreef. En omdat de kokosnoot zo'n sterke plant is, kon hij op de plek van aankomst zwakkere planten verdrijven. Een behoorlijk koloniaal agressieve plant dus, die kokosnoot.

In het tweede hoofdstuk 'Genetics and Geography' gaat Higman dieper in op de relatie tussen voedsel en de grote wereldgodsdiensten die tegelijkertijd met de landbouwrevolutie ontstonden: jodendom, christendom en islam. Daarnaast behandelt hij de geografische verspreiding van planten, zoals de kokosnoot, en de gevolgen van de grootschalige 'Colombiaanse uitwisseling' van planten, dieren en gebruiken.
Binnen de grote wereldreligies is voedsel een belangrijk onderdeel voor rituelen, regels en taboes. De oorsprong ligt in het simultane ontstaan van landbouw en religies in de Vruchtbare Halve Maan. Voedseltaboes waren in eerste instantie bedoeld om het meest voedzame eten veilig te stellen voor de meest vruchtbare en gezonde mensen van de groep. Dat betekende al gauw dat ouderen, kinderen en menstruerende vrouwen geen vlees kregen. Het instellen van voedseltaboes was daarnaast een zelfbewuste manier om je cultureel en religieus van anderen te onderscheiden. Eten werd zo identiteit. De joden deden dat door op basis van de Torah het eten van varkensvlees te verbieden. De christenen, die een nieuwe geloofstraditie wilden opzetten en zich daarom afzetten tegen het jodendom, besloten de joodse voedselwetten niet over te nemen. Ze baseerden zich op het Oude Testament waarin alle schepsels door God geschapen en dus goed zijn en creëerden zo een omnivoristische voedselideologie. De verdeling tussen halal en haram voedsel binnen de islam werd gebaseerd op teksten in de Koran en lijkt op de joodse verdeling van koosjer en niet-koosjer. Zo werd het verboden om varkensvlees te eten of om tijdens dezelfde maaltijd melk en vis te eten.  

Naast de drie monotheïstische godsdiensten ontstonden er nog drie spirituele stromingen in de Vruchtbare Halve Maan: het hindoeïsme, het boeddhisme en het confucianisme. Het hindoeïsme predikte respect voor dieren. Vegetarisme werd gezien als spirituele deugd. Het boeddhisme ging nog een stapje verder en zag vegetarisme als respect voor al het leven. Het confucianisme was vooral tegen eetfestijnen en andere uitspattingen op het gebied van eten. Zelfbeheersing was belangrijker dan strenge regels. Het confucianisme ging dan ook als enige spirituele stroming niet mee in het uitbannen van varkensvlees. 


Columbiaanse uitwisseling van planten en dieren na 1492

Geografische verspreiding.
Als je zelf een moestuin hebt dan weet je hoe leuk het is om nieuwe zaadjes en stekjes uit te proberen. De allereerste geografische verspreiding van planten en gewassen ging dan ook op die manier: mensen reisden van de ene plek naar de andere, namen hun planten en zaden mee en wisselden die uit met de mensen die ze tegenkwamen. Ondanks dat dit eeuwenlang zo gebeurde, kun je je voorstellen dat de verspreiding op deze manier erg langzaam ging. Pas na de ontdekking van de Nieuwe Wereld in 1492 nam de geografische verspreiding van planten én dieren een vlucht. De 'Columbiaanse uitwisseling' en de daarop volgende handel in de periode 1500-1800 veranderde de mondiale voedselgeschiedenis ingrijpend. Niet alleen verhuisden planten die decennialang alleen op het Euraziatische werelddeel hadden vertoefd plotseling naar Amerika, er werden ook botanische tuinen gebouwd waarin speciale soorten werden gekweekt en botanisten gingen verschillende planten met elkaar kruisen. Zo is de grapefruit een kruising tussen de Jamaicaanse sinaasappel en de Indonesische pompelmoes.  

Deze herverdeling van de biodiversiteit zorgde door genetische modificatie, zoals het kruisen van verschillende soorten, en dus voor meer keuze aan voedsel. Tegelijkertijd en enigszins tegenstrijdig had de herverdeling beperktere voedselbronnen tot gevolg, omdat gewassen als tarwe en rijst op mondiale schaal verbouwd werden en daarmee andere, inheemse voedselbronnen de tent uit concurreerden. Zo verdween cassave in Azië als basis van de maaltijd. Hetzelfde gebeurde met de zoete aardappel in Zuid-Amerika. Het is pas sinds kort dat er weer meer aandacht komt voor 'vergeten groenten'. Tarwe en rijst zijn nog steeds de belangrijkste voedselbronnen in Europa en Azië. Maar wie weet wat er in de toekomst gaat gebeuren?

Wordt vervolgd!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen